De inschrijvingsbijdrage: fiscale gevolgen voor zelfstandige psychologen

Met de aanpassing van de hernieuwingskalender wordt vroeger dan anders gevraagd dat u uw inschrijvingsbijdrage in orde brengt. U betaalt reeds in 2019 de bijdrage die ervoor zorgt dat u in 2020 op onze lijst bent ingeschreven. Ook in 2020 blijft het echter nog mogelijk om uw bijdrage in orde te brengen.

Zelfstandige psychologen kunnen zich in dit kader afvragen in welk jaar ze de inschrijvingskost inbrengen via hun belastingaangifte. Volgens de FOD Financiën heeft u de volgende mogelijkheden:

  1. U betaalt uw bijdrage in 2019 - De volgende twee scenario’s zijn mogelijk:
    1. U brengt uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 in via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2019, zelfs al heeft deze kost betrekking op het volgende jaar (2020).
    2. U brengt uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 in via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020, zelfs al heb u deze feitelijk betaald in 2019.
  2. U betaalt uw bijdrage in 2020
    1. U brengt uw inschrijvingsbijdrage in via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020.

    Hieronder overlopen we elk van deze scenario’s. Voor een bijkomende verduidelijking of voor advies bij het invullen van uw belastingaangifte, dient u zich te richten tot uw boekhouder.

    Noot. Deze bepalingen kunnen verschillen wanneer u uw beroep uitoefent binnen een vennootschap uitoefent. Ga ook in dit geval ten rade bij uw boekhouder.

    1.a. U betaalt uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 in 2019. U brengt deze kost in op uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2019.

    Kosten die u betaalt tijdens een bepaald jaar kunt u via uw belastingaangifte van dat jaar als beroepskosten aftrekken. Of deze kosten gedeeltelijk of volledig betrekking hebben op een periode in de toekomst, maakt daarbij geen verschil (zie art. 49/12 en 49/13 van de administratieve commentaar[1]op het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992).

    Om kosten te kunnen aftrekken van uw bruto beroepsinkomen moet u deze dus niet noodzakelijk inbrengen in het jaar dat u ze feitelijk maakt. Indien u uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 betaalt in 2019 kunt u deze dus gewoon inbrengen via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2019.

    1.b. U betaalt uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 in 2019. U brengt deze kost in op uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020.

    Volgens bovenstaande bepalingen is een kost die u maakt in 2019 aftrekbaar via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2019, zelfs al heeft deze kost betrekking heeft op een toekomstig jaar. Echter, artikel 49/14 van de administratieve commentaar bij WIB 92 stelt nog het volgende:

    “Er is echter geen bezwaar tegen dat belastingplichtigen met een regelmatige boekhouding de aldus betaalde kosten in de passende verhouding als een voorlopig actief in een overlopende rekening (490 Over te dragen kosten) boeken en de overeenstemmende kostenrekeningen slechts debiteren voor het boekjaar waarop die kosten betrekking hebben”.

    Wanneer u in 2019 een kost maakt die betrekking heeft op 2020, heeft u dus ook de mogelijkheid om deze kost in te brengen via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020. Indien u uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 betaalt in 2019, kunt u deze dus ook inbrengen via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020.

    2.a. U betaalt uw inschrijvingsbijdrage voor 2020 in 2020. U brengt deze kost in via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020.

    Indien u uw inschrijvingsbijdrage in orde brengt in 2020, kunt u deze kost volgens bovenstaande bepalingen gewoon inbrengen via uw belastingaangifte van het aanslagjaar 2020 (het jaar waarin u ze hebt betaald).

    Ter informatie: artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92)

    “Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

    Worden beschouwd als zijnde in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt”.

    [1] De administratieve commentaar bij WIB 92 is een verzameling van verduidelijkingen, interpretaties en verklaringen van bepaalde artikels van dit Wetboek. Ze gaat uit van de Centrale Administratie en heeft een dwingende interpretatie voor de ambtenaren van de FOD Financiën. De administratieve commentaar heeft echter geen kracht van wet. Volgens de hiërarchie van normen krijgt het WIB 92 voorrang op de administratieve commentaar.


     
    Deel deze pagina