Het einde van de persoonlijke notities - aanschrijving van mevrouw De Block, minister van Volksgezondheid

Een parallelle lezing van de General Data Protection Regulation (GDPR)[1] met de wet van 30 oktober 2018 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid stelt de regels over de persoonlijke notities in het patiëntendossier ter discussie. Het gevolg? Een patiënt heeft voortaan het recht om de persoonlijke notities die op hem betrekking hebben rechtstreeks in te kijken.

Op 18 december 2018 hebben we de kwestie per brief onder de aandacht gebracht van de minister van Volksgezondheid, mevrouw Maggie de Block.

In een notendop : de regels die voortaan van toepassing zijn op het inzagerecht van de patiënt in zijn dossier

-Algemeen-

*Klinisch psychologen houden op een zorgvuldige en veilige manier een patiëntendossier bij voor elk van hun patiënten.

*Een patiënt heeft het recht om zijn dossier in te kijken.  Dit recht op inzage kan rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgeoefend. Rechtstreeks betekent dat de patiënt zijn inzagerecht zelf uitoefent. Onrechtstreeks wil zeggen dat het inzagerecht wordt uitgeoefend door een vertrouwenspersoon, aangeduid door de patiënt.

-Uitzonderingen op het inzagerecht-

* In uitzonderlijke situaties kan de patiënt slechts op een onrechtstreekse manier krijgen tot het hele patiëntendossier of tot bepaalde onderdelen. Dit is zo wanneer de informatie in kwestie onder de therapeutische exceptie valt. Deze onrechtstreekse inzage kan bovendien alleen worden bekomen indien de aangeduide vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is (bijvoorbeeld een klinisch psycholoog of een arts).

*Gegevens over derden zijn uitgesloten van het recht op inzage.

*Tot nog toe kon de patiënt persoonlijke notities die op hem betrekking hebben enkel onrechtstreeks inkijken, namelijk via een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar is. Dit is niet meer zo. De patiënt heeft voortaan het recht om deze persoonlijke notities rechtstreeks in te kijken. Een onrechtstreeks inzage via de vertrouwenspersoon blijft ook mogelijk, maar deze vertrouwenspersoon moet niet langer een beroepsbeoefenaar te zijn.

Hoe komt het dat de persoonlijke notities voortaan wel kunnen worden ingekeken door een patiënt?

Sinds 1 september 2016 is de klinisch psycholoog gebonden aan de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. Deze wet bepaalt dat een patiënt het recht heeft om zijn dossier rechtstreeks in te zien (art. 9). Een aantal uitzonderingen zijn wel van toepassing. Zo zijn gegevens over derden uitgesloten van het recht op inzage. Anderzijds mogen persoonlijke notities niet rechtstreeks worden ingekeken. Inzage van persoonlijke notities is daarentegen enkel onrechtstreeks mogelijk via de aanstelling van een vertrouwenspersoon die ook een beroepsbeoefenaar is (bijvoorbeeld een klinisch psycholoog of een arts). Hetzelfde principe geldt voor elementen uit het dossier die onder de therapeutische exceptie vallen.

Op 25 mei 2018 is de GDPR in werking getreden. Deze Europese Verordening voorziet dat elke persoon waarover gegevens worden verwerkt, het recht heeft om deze rechtstreeks in te kijken (art. 12). Dit impliceert in principe dat een patiënt persoonlijke inzage kan krijgen tot alle elementen in zijn dossier die op hem betrekking hebben. De GDPR voorziet anderzijds dat de lidstaten van de Europese Unie, in bepaalde omstandigheden, beperkingen of bijkomende regels kunnen vastleggen voor dit rechtstreeks inzagerecht (art. 23).

Op 30 oktober 2018 heeft het parlement gebruik gemaakt van zijn recht om de inzageregels uit de GDPR verder te specifiëren. In dit kader werd een wetsvoorstel van de minister van Volksgezondheid aangenomen dat de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt aanpast. De aangenomen wet bepaalt op een expliciete manier dat een uitzondering van toepassing is voor elementen die onder de therapeutische exceptie vallen. Deze elementen kunnen onrechtstreeks worden ingekeken via een beroepsbeoefenaar. Anderzijds voorziet de wet geen gelijkaardige uitzondering voor de inzage van persoonlijke notities. Hieruit kunnen we redelijkerwijs afleiden dat een patiënt de GDPR kan inroepen om persoonlijke notities die op hem betrekking hebben rechtstreeks in te kijken.

Kennisgeving aan de minister van Volksgezondheid

We zijn ons bewust van de noodzaak van klinisch psychologen om beroep te kunnen doen op persoonlijk notities. Daarom hebben we een brief gestuurd naar mevrouw de minister om deze problematiek aan te kaarten. We wijzen in deze brief op de noodzaak om ook voor de persoonlijke notities expliciet een uitzondering te voorzien op het rechtsreeks inzagerecht van de GDPR, net zoals dit is gebeurd voor de therapeutische exceptie via de wet van 30 oktober. Daarnaast hebben we de aandacht gevestigd op de specificiteit van het werk van klinisch psychologen en op het fundamentele belang van de vertrouwensrelatie met de patiënt.

Tot nog toe wachten we het antwoord van mevrouw de minister af. We houden u op de hoogte van het verdere verloop.

[1] In het Nederlands: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).


 
Deel deze pagina